Veelgestelde vragen
Uw vragen, helder beantwoord
Chronische pijn duurt langer dan 3 maanden of komt steeds terug. Het kan samenhangen met een aandoening, maar dat hoeft niet. Soms is er geen duidelijke lichamelijke oorzaak voor de pijn te vinden. Ook kan pijn blijven bestaan terwijl de oorspronkelijke oorzaak of schade in het lichaam niet meer aanwezig is. De pijn is wel echt en moet serieus worden genomen.
Nee. Acute pijn is een belangrijk waarschuwingssignaal. Bij chronische pijn kan het pijnsysteem actief blijven, ook als er geen nieuwe schade of direct gevaar is. De pijn die iemand voelt, is wel echt.
Ook als er geen duidelijke oorzaak of schade wordt gevonden, kan pijn echt aanwezig zijn. Pijn ontstaat door een samenspel van factoren, zoals wat er in het lichaam en zenuwstelsel gebeurt, gedachten en gevoelens, slaap, stress en ervaringen in het dagelijks leven. Daarom is niet altijd één duidelijke oorzaak voor de pijn aan te wijzen.
Pijn is persoonlijk. Slaap, stress, eerdere ervaringen, stemming, beweging en steun van anderen kunnen allemaal invloed hebben op hoe pijn wordt ervaren. Omdat deze factoren voor iedereen anders zijn, kan dezelfde pijn of aandoening door mensen verschillend worden ervaren.
Ja. Stress, angst en zorgen kunnen invloed hebben op hoe sterk pijn wordt ervaren. Pijn is een persoonlijke ervaring die wordt beïnvloed door verschillende factoren. Lichaam, gedachten, gevoelens en ervaringen in het dagelijks leven kunnen elkaar beïnvloeden en allemaal een rol spelen bij pijn.
Na een recente blessure of operatie kan rust tijdelijk belangrijk zijn. Volg dan het medisch advies. Als de pijn langer aanhoudt, kan te veel rust er echter voor zorgen dat u minder kunt en minder belastbaar wordt. Vaak helpt het om stap voor stap weer meer te gaan bewegen, op een manier die veilig is en bij uw situatie past.
Pijn is voor anderen vaak niet zichtbaar. Andere mensen kunnen niet direct zien hoe pijn uw dagelijks leven beïnvloedt. Het kan helpen om concreet te vertellen waar u door de pijn moeite mee heeft, wat helpt, wat u nodig heeft en wat u al heeft geprobeerd.
Ja, verbetering is vaak mogelijk. Dat betekent niet altijd dat de pijn helemaal verdwijnt. Haalbare doelen kunnen bijvoorbeeld zijn: minder pijn, minder angst, beter slapen en meer kunnen doen in het dagelijks leven.
Neem contact op met uw huisarts als de pijn langer aanhoudt, vaak terugkeert of uw dagelijks leven, slaap of bewegen sterk belemmert. Heeft u buiten openingstijden dringend medische hulp nodig die niet kan wachten? Neem dan contact op met de huisartsenpost in uw regio. Bij een levensbedreigende situatie belt u 112.
In veel gevallen wel, zolang het past bij uw situatie. Bij chronische pijn kan bewegen een belangrijk onderdeel van de behandeling zijn. Als bewegen moeilijk is, begin dan klein. Korte stukjes lopen, lichte oefeningen of oefeningen die u zittend kunt doen zijn al een goede start. Laat nieuwe, zeer hevige of ongewone pijn altijd medisch beoordelen.
Beweging die bij u past, is goed. Denk aan wandelen, fietsen, zwemmen, oefeningen, dansen, yoga, lichte krachttraining of bewegen in het dagelijks leven. Belangrijker dan het kiezen van de perfecte sport is dat u regelmatig, veilig en op een haalbare manier beweegt.
Elke beweging telt. Begin klein: bijvoorbeeld met 5 minuten wandelen, lichte oefeningen of korte beweegpauzes. De algemene beweegrichtlijnen kunnen later houvast bieden. Voor volwassenen is het advies om verspreid over de week minstens 150 minuten matig intensief te bewegen. Bij pijn telt in eerste instantie vooral dat u veilig en op uw eigen niveau begint.
Begin langzaam. Kies een activiteit die veilig en haalbaar voor u voelt. Bouw de activiteit in kleine stapjes op. Bijvoorbeeld: eerst 5 minuten lopen, dan 7 minuten en daarna 10 minuten.
Angst om te bewegen komt bij mensen met pijn regelmatig voor. Een langzame opbouw met bewegingen die veilig en haalbaar voelen, kan helpen om het vertrouwen in bewegen weer te vergroten. Als de angst sterk is, kunnen bijvoorbeeld een fysiotherapeut, arts of andere zorgverlener u ondersteunen.
Dat kan voorkomen. Een lichte, korte toename van pijn na het bewegen is in het begin niet ongewoon. Het betekent niet automatisch dat er iets in het lichaam beschadigd is. Als de pijn sterk toeneemt, lang aanhoudt of anders aanvoelt dan u gewend bent, kan het verstandig zijn om de activiteit aan te passen of advies te vragen aan een zorgverlener.
Fysiotherapeuten kunnen helpen om bewegen stap voor stap op te bouwen op een manier die bij uw situatie past. Ze kunnen passende oefeningen kiezen, helpen om activiteiten goed op te bouwen en uitleg geven over pijn en bewegen. Dat kan vooral nuttig zijn als u lange tijd weinig actief bent geweest, veel beperkingen ervaart of bang bent om te bewegen.
Het kan voorkomen dat u dagen heeft waarop u meer pijn ervaart. Doe het dan wat rustiger aan: verlaag het tempo, neem korte pauzes en blijf, als dat mogelijk is, licht in beweging. Belangrijk is om niet alles af te zeggen, maar ook niet koste wat het kost door te gaan. Als pijn plotseling anders, nieuw of zeer hevig is, laat dit dan medisch onderzoeken.
Pijn kost energie. Het kan de slaap verstoren, stress verhogen en het dagelijks leven vermoeiender maken. Het kan helpen om taken te verdelen, op tijd pauzes te nemen en momenten van rust of ontspanning in de dag in te bouwen. Als de vermoeidheid nieuw, heel sterk of onverklaard is, bespreek dit dan met uw huisarts of een andere zorgverlener.
Probeer activiteiten en rustmomenten over de dag te verdelen. Het helpt om niet alle activiteiten te vermijden, maar ook niet om door te gaan totdat het echt niet meer lukt. Neem daarom op tijd een pauze en wissel inspanning en ontspanning af. Zo kunt u uw activiteiten vaak beter volhouden.
Kies activiteiten die voor u haalbaar zijn en begin klein. Denk bijvoorbeeld aan een korte wandeling, een kleine huishoudelijke taak of even de deur uit voor een boodschap. Ook iets doen waar u plezier aan beleeft, kan helpen. Het belangrijkste is dat u regelmatig blijft bewegen en actief blijft op een manier die bij u past.
Vertel zo duidelijk mogelijk wat de pijn voor u betekent in het dagelijks leven. U kunt bijvoorbeeld aangeven wat u wel kunt, waar u moeite mee heeft en waarbij u hulp of begrip nodig heeft. Bijvoorbeeld: “Ik wil graag meegaan, maar ik heb tussendoor een pauze nodig.” Zo weten anderen beter hoe zij rekening met u kunnen houden.
Leg het op een eenvoudige en eerlijke manier uit, passend bij de leeftijd van uw kind. U kunt bijvoorbeeld zeggen “Ik heb vandaag meer pijn en daarom moet ik het wat rustiger aan doen. Dat komt niet door jou.” Geef uw kind ruimte om vragen te stellen en vertel ook wat u nog wél samen kunt doen. Zo blijft de situatie voor een kind duidelijk en voorspelbaar.
Veel mensen kunnen met chronische pijn werken. Belangrijk is dat uw werkzaamheden, pauzes en taken passen bij wat u op dat moment aankunt. Soms helpen kleine aanpassingen: meer pauzes, andere taken, flexibele tijden of een aangepaste werkplek. Als het werk te zwaar wordt, zoek dan op tijd hulp of advies. U kunt bijvoorbeeld met uw leidinggevende bespreken welke aanpassingen mogelijk zijn. Dit kan helpen om te voorkomen dat u uitvalt.
Dat bepaalt u zelf. U bent niet verplicht om uw werkgever precies te vertellen wat er medisch aan de hand is. Het kan wel helpen om over uw klachten te praten als deze invloed hebben op uw werk. U kunt bijvoorbeeld aangeven waar u tijdens het werk tegenaan loopt en welke aanpassingen u kunnen helpen.
Bereid het gesprek rustig voor. U hoeft niet alles te vertellen. Het helpt om concreet te beschrijven waar u tijdens het werk tegenaan loopt en wat u goed kunt doen. Bijvoorbeeld: “Lang staan is lastig. Het zou mij helpen om na een uur even kort te kunnen pauzeren.”
Zoek op tijd hulp of advies. U kunt bijvoorbeeld terecht bij uw huisarts, de bedrijfsarts, de HR-afdeling of uw leidinggevende. Samen kunt u bekijken wat u nodig heeft om uw werk zo goed mogelijk te blijven doen en welke aanpassingen kunnen helpen.
Kijk eerst welke werkzaamheden of houdingen voor u het meest belastend zijn. Bijvoorbeeld: lang zitten, lang staan, zwaar tillen, veel dragen, steeds dezelfde bewegingen maken of werken in belastende houdingen. Het kan helpen om taken af te wisselen, hulpmiddelen te gebruiken, pauzes in te plannen, zware werkzaamheden anders te verdelen of van werkhouding te wisselen. Ook kleine aanpassingen kunnen al helpen.
Beweging kan helpen om te voorkomen dat u te lang in dezelfde houding blijft. Dat hoeft geen sport te zijn. Ook korte momenten van beweging tellen: opstaan, lopen, van houding veranderen, de trap nemen of korte beweegpauzes inlassen. Probeer, waar dat mogelijk is, zitten, staan en bewegen gedurende de werkdag af te wisselen op een manier die bij uw werk en belastbaarheid past.
Ja. Uw pijn is echt. Stress, angst of zorgen kunnen pijn versterken. Dat betekent niet dat u zich de pijn inbeeldt. Wat er in uw lichaam en zenuwstelsel gebeurt, maar ook uw gedachten, gevoelens en dagelijks leven, kan invloed hebben op hoe u pijn ervaart.
Pijn en gevoelens beïnvloeden elkaar. Dat betekent niet dat u zelf verantwoordelijk bent voor uw pijn of dat de pijn “alleen psychisch” is. Stress, angst of onzekerheid kunnen het pijnsysteem gevoeliger maken. Rust, ontspanning, steun van anderen en manieren om met pijn om te gaan kunnen helpen.
Frustratie is begrijpelijk. Een slechte dag betekent niet dat u iets verkeerd heeft gedaan of dat u weer bij het begin staat. Soms is het nodig om het die dag wat rustiger aan te doen. Het kan helpen om even stil te staan, uw activiteiten aan te passen en niet te streng voor uzelf te zijn.
Angst voor pijn betekent vaak dat u bang bent dat de pijn erger wordt of dat bewegen schade veroorzaakt. Deze angst is begrijpelijk. Angst kan er echter voor zorgen dat u bepaalde bewegingen of activiteiten steeds meer gaat vermijden. Het kan helpen om activiteiten stap voor stap weer op te bouwen, meer te leren over pijn en zo nodig ondersteuning te zoeken bij een zorgverlener. Zo kunt u geleidelijk weer meer vertrouwen krijgen in bewegen.
Pijn kan ervoor zorgen dat u zich alleen voelt of minder contact zoekt met anderen. Contact met familie, vrienden of andere mensen die u vertrouwt kan juist steun bieden. Het hoeft niet veel te zijn. Een berichtje, een kort telefoontje of een rustig bezoekje kunnen helpen om verbonden te blijven.
Pijn en depressie kunnen elkaar versterken. Aanhoudende pijn kan vermoeiend zijn, invloed hebben op uw stemming en ervoor zorgen dat u zich meer terugtrekt. Een depressie kan op haar beurt invloed hebben op uw slaap, energie en de manier waarop u pijn ervaart. Bespreek dit met uw huisarts of een andere zorgverlener. Heeft u gedachten om uzelf iets aan te doen, zoek dan direct hulp. Is er direct gevaar, bel 112. U kunt ook dag en nacht contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie. Bel 113 of gratis 0800-0113.
Professionele hulp kan zinvol zijn als pijn langer aanhoudt, vaak terugkomt of veel invloed heeft op uw dagelijks leven. Bijvoorbeeld als u door de pijn minder goed slaapt, beweegt of werkt, of als de pijn invloed heeft op uw stemming of sociale contacten. Is de pijn nieuw, plotseling heel hevig of duidelijk anders dan u gewend bent? Laat dit dan medisch beoordelen.
Welke zorgverlener kan helpen, hangt af van uw situatie. Denk bijvoorbeeld aan de huisarts, een medisch specialist, een pijnspecialist, fysiotherapeut, een psycholoog, een ergotherapeut, een verpleegkundige of een maatschappelijk werker. Niet iedereen heeft al deze zorgverleners nodig. Het belangrijkste is dat de ondersteuning past bij uw klachten, behoeften en dagelijks leven.
Een pijnspecialist helpt om langdurige pijn en de gevolgen ervan goed in kaart te brengen. Samen bespreekt u bijvoorbeeld wat al is onderzocht, welke behandelingen u heeft geprobeerd, welke medicijnen u gebruikt en waar u in het dagelijks leven tegenaan loopt. Ook bespreekt u wat u graag weer beter zou willen kunnen. Een pijnspecialist kan vervolgens samen met u bekijken welke ondersteuning of behandeling passend is. Dat kan bijvoorbeeld fysiotherapie, psychologische ondersteuning, maatschappelijk werk of behandeling binnen een pijnteam of pijncentrum zijn.
Een fysiotherapeut kan u helpen om op een veilige en passende manier te blijven bewegen of het bewegen weer op te bouwen. Het gaat daarbij niet alleen om oefeningen. U kunt ook leren hoe u activiteiten stap voor stap kunt opbouwen en hoe u dagelijkse bewegingen makkelijker kunt uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan opstaan, lopen, tillen, traplopen of langer zitten. Ook kan een fysiotherapeut helpen om meer vertrouwen te krijgen in bewegen en in wat uw lichaam aankan. Kleine stappen kunnen in het dagelijks leven al veel verschil maken.
Psychologische ondersteuning kan bij chronische pijn zinvol zijn. Bijvoorbeeld als de pijn veel spanning of angst veroorzaakt, uw slaap verstoort, stress versterkt of ervoor zorgt dat u bepaalde activiteiten of sociale contacten vermijdt. Lichaam, gedachten, gevoelens en omgeving kunnen elkaar beïnvloeden en een rol spelen bij hoe iemand pijn ervaart. Een psycholoog kan u helpen om beter om te gaan met pijn en de gevolgen ervan in het dagelijks leven.
Langdurige pijn wordt vaak door meerdere factoren beïnvloed. Daarom is er meestal niet één behandeling die alles oplost. Vaak helpt een combinatie van verschillende dingen. Denk bijvoorbeeld aan bewegen, beter slapen, ontspanning, medicijnen, gesprekken, het oefenen van dagelijkse activiteiten of ondersteuning op het werk. Wat helpt, verschilt van persoon tot persoon. Daarom is het belangrijk om stap voor stap te ontdekken wat bij u en uw situatie past.
Dat verschilt per persoon en per behandeling. Sommige mensen merken al snel kleine verbeteringen. Bij anderen duurt het weken of langer voordat zij verschil merken in bijvoorbeeld slaap, bewegen, vertrouwen in het lichaam of dagelijkse activiteiten. Het kan helpen om samen met uw zorgverlener of behandelteam concrete doelen af te spreken. Bijvoorbeeld: beter slapen, weer boodschappen kunnen doen, minder bang zijn om te bewegen of de werkdag beter volhouden. Bespreek regelmatig wat goed gaat, wat helpt en wat eventueel aangepast kan worden.